HOE EEN FIETSVERSNELLING AFSTELLEN? 

Omdat er niets zo vervelend is als een fiets met versnellingen die slecht werken of vanzelf verspringen, leggen we uit hoe je versnellingen correct afstelt.

Hoe een fietsversnelling afstellen?

FIETSVERSNELLING AFSTELLEN

- Moeilijkheidsgraad: gemakkelijk.

- Duur: minder dan 15 minuten.

- Gereedschap: platte schroevendraaier

Woordenschat: Cassette. De cassette verwijst naar alle tandwielen op het achterwiel, waarop de fietsketting ligt. Wanneer je van versnelling verandert, zal de ketting naar een ander tandwiel van de cassette verspringen.

FIETSVERSNELLING AFSTELLEN: VOORBEREIDING

Wanneer je de stelschroeven begint af te stellen, moet je er eerst voor zorgen dat er geen spanning zit op de kabel van de fietsversnelling of derailleur. Hiervoor moet je de kabel losdraaien ter hoogte van de versnellingshendels op het fietsstuur, zoals je kan zien op het filmpje (maak deze voor de helft los). Vervolgens maak je deze achteraan volledig los ter hoogte van de fietsversnelling.

DE VOORDERAILLEUR AFSTELLEN

De tweede stap bestaat erin om de versnellingen om te schakelen tot ze op het laagste tandwiel van de cassette liggen.

Op die manier kan je de eerste stelschroef precies afstellen, zodat je controleert hoe laag de ketting kan zakken (om te vermijden dat je je ketting verliest). Hiervoor heb je een platte schroevendraaier nodig, zodat je kan spelen met de kleine schroef ‘H’ die de onderste stelschroef regelt. Door deze stelschroef strakker of losser te vijzen, zal je zien dat de derailleur naar binnen of buiten glijdt. Blijf draaien tot de ketting mooi recht ligt (door de ketting langs achteren te bekijken) tussen de cassette en de derailleur. Ze moeten mooi uitgelijnd zijn, zoals je kan zien op het filmpje.

fietsverstelling-fiets-afstellen-btwin

SPANNING VAN DE FIETSKETTING

Nu kan je de kabel van de derailleur opnieuw vastmaken. Door eraan te trekken zal de kabel onder spanning te staan. De uiteindelijke spanning komt pas tot stand als ook de achterderailleur is afgesteld.

DE ACHTERDERAILLEUR AFSTELLEN

Schakel de versnellingen tot bovenaan de cassette en draai de schroef ‘L’, die de bovenste stelschroef regelt, vaster of losser. Als deze goed gepositioneerd is op het grootste tandwiel van de cassette, zijn jouw derailleurs goed afgesteld en kan je overgaan tot de laatste stap.

DE SPANNING VAN DE KABEL AFSTELLEN

Als de twee stelschroeven afgesteld zijn, moet je enkel nog de kabel van de derailleur, die zich ter hoogte van de versnellingen aan het stuur bevindt, vaster of losser draaien. Hiervoor schakel je met de versnellingen en kijk je of de ketting zich verplaatst. Zo ja, dan moet je nagaan of ze mooi verspringt van tandwiel tot tandwiel of van het kleinste tandwiel afloopt. Als je zonder problemen kan schakelen, dan hoef je niets meer te doen. Zo niet, dan moet je de kabel een beetje meer aanspannen door de metalen of plastieken stelnippel aan het stuur te verstellen. Als de versnellingen te ver gaan of verschillende tandwielen plots verspringen, dan moet je minder spanning op de kabel zetten. Ten slotte schakel je de versnellingen terwijl je fietst en kijk je of alles correct verloopt, anders moet je de spanning op de kabel opnieuw aanpassen.