ELKE AMATEUR CRAWL- OF RUGCRAWLZWEMMER VREEST TOCH EEN BEETJE DIE BEDUCHTE TUIMELING AAN HET KEERPUNT. GEEN NOOD, HIER ZIJN 3 TIPS VOOR EEN GESLAAGDE BUITELING ONDER WATER.

Laat ik je eerst even geruststellen: tuimelen bij een keerpunt is heus niet verplicht. Maar je wint er wel enorm veel tijd mee. Door bij elk keerpunt te tuimelen, zwem je sneller. Het zeggen is een ding ... het doen is nog wat anders.

Regelmatige crawl- en rugcrawlzwemmers zullen dan snel terugdenken aan hun vele mislukte pogingen. Nochtans, met wat handige kneepjes en een beetje oefening is tuimelend keren heus niet zo moeilijk. Lees gerust even mee!

number1

GESLAAGD KEREN: BACK TO BASICS

Kleine herinnering: enkel bij crawl en rugcrawl tuimel je bij het keren. Het komt je snelheid en vloeiendheid enorm ten goede ... op voorwaarde dat je de techniek goed onder de knie hebt uiteraard. Is dat niet het geval, dan wordt het al gauw een heuse karwei. Om correct te tuimelen, moet je de 4 belangrijke fases van deze oefening beheersen. Ze zijn technisch, maar zeker niet onoverkomelijk met wat training. De 4 stappen voor een geslaagde tuimelkeer.

- De aanzet:

Op een paar meter van de muur voer je je zwemsnelheid lichtjes op. Let wel op dat je niet té snel gaat. Richt je hoofd niet op, houd je ogen gewoon goed open om niet tégen de muur te zwemmen. Je hoofd, mooi in de as van je lichaam, dient als roer. Het zorgt voor een vlotte tuimelbeweging. Met je laatste armslag moet je extra snelheid en dynamiek aan je zwembeweging geven. Ter info: de ideale afstand om je koprol in te zetten, is wanneer je je arm kunt strekken en de muur raken. Is dat niet zo, vermijd dan vooral dat je je blesseert en keer gewoon om!

- De tuimeling:

Vlak bij de muur rol je je hoofd op je borst en dan je schouders, om een tuimeling te maken onder het water. Je kin moet de romp raken. Je armen lopen mooi gestrekt naast je lijf, en je knieën zijn zo ver mogelijk opgetrokken om vervolgens krachtig te kunnen afzetten. Tijdens het tuimelen komen je benen normaal gezien een beetje boven het water. Je lichaam mag vooral niet te diep onder water gaan. Het moeilijkste is ongetwijfeld een tuimeling mooi in de as van je lichaam. En geen water in je neusgaten krijgen natuurlijk...

- De afzet:

Nu je onder water hangt na je rotatie, ga je je benen plooien en met je voeten stevig afzetten. Duw krachtig af tegen de muur, met de voeten naast elkaar, om snelheid te maken. Gebruik die snelheid om op je buik te draaien en door het water te klieven. Opgelet, tuimelen en draaien doe je op twee aparte momenten. Je gaat niet draaien voor of tijdens het afzetten!

- De onderwaterfase:

Voor een geslaagde onderwaterfase, moet je hydrodynamica optimaal zijn: lichaam opgespannen, armen naar voren gestrekt, benen opgespannen. Laat je gewoon door het water glijden. Als je dit goed doet, zal je tijd winnen. En je spieren krijgen bovendien even een welverdiende break.

 

Goed nieuws: de techniek voor crawl en rugcrawl is dezelfde, op één detail na. Keren bij rugcrawl doe je door op een meter of minder van de muur op je buik te draaien. En vervolgens maak je gewoon je koprol, net zoals bij crawl.

respiration_ambiance
number2

FOCUS (OOK) OP JE ADEMHALING

Bij zwemmen is goed ademen de basis. En ook bij je tuimelkeerpunten is dat niet anders. Terwijl je keert, moet je je ademhaling opsplitsen: lang inademen voor je onder water draait, en traag uitademen op het moment van je koprol.

Buiten adem raken of, erger nog, water binnenkrijgen via de neus, kan je snel uit je concentratie brengen en de controle doen verliezen. En dan ga je je opwinden. Om niet te falen, heeft coach Jean-Yves nog wat nuttige tips voor je klaar:

- Voor je je tuimeling inzet, adem je voldoende lucht in. Het lijkt misschien logisch, maar denk eraan dat je onder water even zult moeten wachten voor je weer kunt ademen. Nog een handigheidje: afzetten met je benen kost heel wat zuurstof.

- Op het moment van de tuimeling en tot aan de onderwaterfase blaas je rustig uit via de neus. Zo vermijd je dat je neus vol water loopt.

Nog een laatste tip, niet alleen nuttig in het water: oefen elke dag even om uit het water je ademhaling te controleren.

number3

HET GEHEIM VAN EEN GESLAAGD KEERPUNT: OEFENEN EN NOG EENS OEFENEN

Je rijgt de baantjes aan elkaar. En de tuimelkeerpunten. Maar nog altijd loopt het een op de twee keer slecht af. En wat als je er nu eens wat meer op zou oefenen? Een paar handige drills kunnen misschien wel helpen.

Deze oefening kan je gerust in het ondiepe doen. Anderhalve meter volstaat. Je hebt ook een zwemnoodle nodig. Die dient als referentiepunt.

Om te beginnen zwem je eerst een paar meter crawl, om vervolgens onder de noodle door te rollen. Zwem rustig, maar wel vinnig. Het gaat er om te wennen aan de beweging die je maakt met je hoofd en romp, en te leren om ze mooi in de as van je lichaam te houden. Dat is dé eerste stap van een geslaagd keerpunt. Gebruik deze oefening ook om extra te focussen op je ademhaling.

Zodra je je wat meer op je gemak voelt, doe je de oefening zonder noodle. Waag je nu ook af en toe wat dichter bij de muur, om te leren afzetten met de voeten en te draaien, om het volgende baantje in te zetten. Dat is de tweede stap van je tuimelkeerpunt.

Herhaal deze oefening gerust zo vaak als nodig. En niet vergeten: herhaling is de sleutel tot succes. Komaan, ik geloof in je!

NAAR BOVEN