ADEM IN, ADEM UIT!

number_1

VLINDERSLAG

Vlinderslag is zowel op het vlak van de spieren als de ademhaling een moeilijke zwemslag. Het echte probleem zit hem in de coördinatie van je bewegingen, om op het juiste moment te kunnen ademhalen.

Op het einde van de stuwfase adem je in via je mond door je hoofd op te tillen zodat je naar het wateroppervlak kijkt. Je moet snel inademen, zodat je je hoofd weer naar de beginpositie kunt brengen om een zo goed mogelijk zwemevenwicht te behouden. Rekening houdend met de "hydrodynamica" is het gebruikelijk om telkens na twee armslagen adem te halen. Zodra je met je hoofd onder water bent, adem je gestaag uit via je neus en mond.

number_2

RUGSLAG

Rugcrawl is een zwemslag die veel inspanningen van je benen vraagt om goed te blijven drijven en je horizontale positie te behouden. Omdat de onderste ledematen de meeste zuurstof vragen, is een goede ademhaling van groot belang.

Als je op je rug zwemt, blijft je gezicht boven water en is het gemakkelijker om in te ademen. De moeilijkheid ligt hier eerder in het ademhalingsritme dan in het zoeken naar zuurstof zelf. Afhankelijk van de frequentie van je bewegingen zal je sneller of trager ademen. Je moet steeds volledig uitademen om daarna efficiënter te kunnen inademen via de mond en je lichaam van zoveel mogelijk zuurstof te voorzien.
Je ademt dus in wanneer je ene arm terugkeert en je ademt uit op het einde van de terugkeerfase van je andere arm. Het zit hem allemaal in het ritme!

number_3

SCHOOLSLAG

We hebben het hier uiteraard over de schoolslag waarbij je hoofd onder water gaat!

Het voordeel van schoolslag is dat je bij elke beweging kunt ademhalen, waardoor je regelmatig zuurstof kunt opnemen en minder snel buiten adem bent.

Je ademt in door je mond tijdens het voortstuwen met je armen, terwijl je door het water weg te duwen een rechte houding kunt aannemen en je benen zich klaarmaken om te stoten. Net zoals bij vlinderslag til je je hoofd op zodat je recht voor je uit kijkt en adem je heel kort in. Uitademen doe je lang en gestaag terwijl je onder water bent. Het is dus bellen blazen geblazen!

number_4

CRAWL

De ademhalingstechniek bij crawl is ongetwijfeld de moeilijkste om te beheersen. Je moet je hoofd immers zijwaarts draaien, waardoor je evenwicht en je zwemtechniek gemakkelijk in het gedrang komen.

Bij crawl haal je langs de rechterkant, de linkerkant of afwisselend langs beide kanten adem. Ook hier moet je kort inademen zodat je je hoofd zo snel mogelijk weer recht in het water kunt houden.

Het is ook niet nodig om volledig met je gezicht uit het water te komen. Het volstaat om met je mond boven het wateroppervlak te komen om "in de kom van de golf" adem te kunnen halen. Zodra je hoofd weer onder water is, adem je zoals steeds vloeiend uit.

Sommige crawlers verkiezen om adem te halen in twee tijden zodat ze minder snel moe worden, in drie tijden om zo gestroomlijnd mogelijk te blijven zwemmen, of zelfs in meer tijden om de weerstand van het water te verminderen en sneller te zwemmen.

NAAR BOVEN