ALLES WAT JE MOET WETEN OVER DE VERSNELLINGEN VAN JE FIETS

Zowat elke fiets is vandaag uitgerust met versnellingen. Bij het ene model zijn die talrijker dan bij het andere, al naargelang het type fiets. Maar wat is de beste versnelling voor je dagelijkse rit naar het werk? En wat met een wisselend reliëf of sportieve tripjes met de koersfiets? Ontdek hier hoe je de versnellingen van je fiets optimaal tot hun recht doet komen.

fietsen_Fietsversnellingen_btwin
number_1

FIETSVERSNELLINGEN: WANNEER ZIJN ZE NUTTIG?

Op de weg zal je nooit een bord tegenkomen dat aangeeft welke fietsversnelling je moet gebruiken. En maar goed ook. De keuze van versnelling is vooral een kwestie van beleving:

Schakel een tandje lager wanneer je te veel weerstand voelt tijdens het fietsen. Denk maar aan tegenwind of een klim.

Heb je eerder het gevoel dat je ‘in het niets’ aan het trappen bent? Schakel dan een versnelling hoger. De hoge versnellingen zijn onder meer van toepassing bij meewind of een afdaling.

Tip: aarzel niet om geregeld hoger of lager te schakelen, in functie van de weerstand. Op die manier blijft je inspanningsniveau het stabielst.

number_2

EÉN OF TWEE SCHAKELAARS?

Als je fiets voorzien is van één enkele schakelaar is het simpel: je klikt tot je de ideale tred gevonden hebt. Bij fietsen met twee schakelaars (en dus twee derailleurs) ga je als volgt te werk:

Vóór je van tandwiel op het achterwiel verandert (rechterhendel), moet je het juiste blad op het voorwiel selecteren (linkerhendel).

Let erop dat je de ketting nooit ‘kruist’: groot blad vooraan en groot tandwiel achteraan of klein blad vooraan en klein tandwiel achteraan. Zowel je ketting als je tandwielen zullen hierdoor sneller slijten.

number_3

VERSNELLINGEN OP DE FIETS: DIT DOE JE BETER NIET

Om technische problemen of ongevallen te vermijden, zijn er een aantal zaken die je maar beter niet uitprobeert. Enkele voorbeelden:

- Schakel nooit van fietsversnelling wanneer je stilstaat.

- Schakel niet wanneer je aan het uitbollen bent, alleen wanneer je trapt.

- Bedien nooit twee schakelaars tegelijkertijd.

- Wacht niet tot het allerlaatste moment om te schakelen, maar anticipeer. Komt er een heuvel aan? Schakel dan tijdig een tandje lager.

NAAR BOVEN