ARNAUD DE LIE, DE KRACHT VAN EEN STIER

Als Belgisch kampioen bij de junioren in 2019 is Arnaud de Lie een perfecte ambassadeur voor Van Rysel, het racefietsmerk van Decathlon dat wordt gebruikt door zijn team, Crabbe Dakwerken-CC Chevigny

. De jonge wielrenner van 18 jaar, een rasechte Ardenner, droomt van de Vlaamse klassiekers. We gingen hem opzoeken in Lescheret (een deelgemeente van Vaux-sur-Sûre in de provincie Luxemburg) waar hij zijn tijd verdeelt tussen school, werken op de boerderij en ... fietsen!

koersfietsen Decathlon

Lescheret, 9 uur, een zaterdag ergens in januari. Arnaud De Lie is net klaar met het verzorgen van de dieren van de ouderlijke boerderij. Op de weg die naar de familie De Lie leidt staat in het wit geschilderd: “Arnaud, Belgisch kampioen 2014, 2015 en 2019.” Deze junior van Crabbe Dakwerken-CC Chevigny  is een klein fenomeen. Zijn laatste shirt in de nationale driekleur veroverde hij na een ongelooflijke inspanning op 2 juni in Anzegem. Al na 20 km (van de 120) ontsnapt een groepje van vier waaronder Arnaud. Hij zet een spurt in en kan zo zijn mede-ontsnappers uit het wiel rijden, terwijl een groep achtervolgers het nakijken had ... “Het parcours was heel geschikt om aan te vallen, het was bijzonder hard", vertelt de gespierde jonge renner. "Ik wist dat ik veel kans maakte in de sprint, maar 100% zeker ben je natuurlijk nooit. Ik ben er heel trots op dat ik het shirt van Belgisch kampioen mag dragen. Dat is niet eender welk truitje. België is toch hét wielerland bij uitstek.” 

 

Voor zijn nationale titel kreeg Arnaud een mooie beloning. “Een gepersonaliseerde Van Rysel-fiets in zwart-geel-rood", lacht hij. "Ik kon zelfs een heel persoonlijk accent op het frame zetten: een stierenkop. Dat was mijn idee, maar ik denk niet dat het zal worden overgenomen op andere fietsen. Het is geweldig dat ik op mijn fiets een verwijzing heb naar mijn andere passie.” Voor de sprinter uit Vaux-sur-Sûre is de boerderij (met 500 runderen) immers heilig. Arnaud werkt er samen met zijn vader en drie jaar oudere broer. “Ik ben zo goed als geboren op de boerderij, ik ben hier opgegroeid. Ik hou van het contact met de dieren", vertelt hij. "Voor mij is dit meer een passie dan een job.

Momenteel kan ik het werk op de boerderij zonder problemen combineren met wielrennen. Bij de beloften zal me dat ook nog wel lukken. Mocht ik het geluk hebben om later profrenner te worden, dan wordt dat ongetwijfeld lastiger. Maar als ik alles kan blijven combineren, blijf ik dat beslist doen. Later zou ik trouwens graag de boerderij overnemen samen met mijn broer. We delen dezelfde passies: de boerderij en wielrennen.” Ongetwijfeld heeft het zware dagelijkse werk, in contact met runderen, het karakter van de jongste van de broers De Lie gevormd op de fiets. “Je kan het niet maken om ook maar één dag je koeien niet te verzorgen, dat voel je meteen in je portemonnee. Bij wielrennen is dat hetzelfde, als je niet op de juiste manier traint, boek je geen resultaat.”

EEN GEBROKEN BEEN

Het werk op de boerderij zit in de roots van de Ardenner. Dat Arnaud De Lie nu ontluikt als nieuw wielertalent, komt echter meer door een toeval. In 1997 brak zijn vader, Philippe De Lie, een been op skivakantie. Tijdens zijn revalidatie kreeg hij de raad om te beginnen fietsen. Vader De Lie schafte zich een mountainbike aan. Hij zou hem nooit meer afgeven. Toen ze oud genoeg waren om hem te volgen, gingen zijn zonen Axel - lid van de beloftenploeg van Crabbe Dakwerken-CC Chevigny - en later Arnaud zich als vanzelf in het wiel van hun vader zetten. “Toen ik 6 was, ben ik begonnen met voetballen in Vaux-sur-Sûre maar ik was niet zo goed", herinnert Arnaud zich. Het jaar daarop ben ik dus overgeschakeld op wielrennen. Mijn vader en broer deden het al, dus het leek me logisch om er ook mee te beginnen. In mijn eerste mountainbikewedstrijd eindigde ik tweede.” Daarna, eerst op de mountainbike en later op de weg, volgde de ene overwinning na de andere. In die mate zelfs dat Arnaud vandaag al meer dan 150 boeketten op zijn teller heeft staan. "Sinds ik 7 was, had ik het geluk heel wat wedstrijden te winnen", erkent deze fan van Fabian Cancellara. Hoe verder je komt in de categorieën, hoe moeilijker het wordt om te winnen. Als ik over vier of vijf jaar nog wil winnen, zou ik bij de wereldtop moeten zijn. Ik moet me er dus op voorbereiden dat ik minder of zelfs helemaal niet meer zal winnen. Maar het zou al fantastisch zijn als ik gewoon mijn passie kan beleven. Momenteel heb ik er nog steeds zin in en volgen de resultaten. Maar een ongeluk zit in een klein hoekje. De weg is nog lang, ik leef van dag tot dag.”

 

Decathlon van rysel

BIJ LOTTO-SOUDAL IN 2021

Dat neemt niet weg dat een deel van zijn traject al uitgestippeld is. Voor het seizoen 2021 werd De Lie al binnengehaald in het U23-team van Lotto-Soudal, de wachtkamer van de welbekende World Tour opleiding. “Ik ben er trots op dat ik bij Lotto kan rijden. Dat zal me dit seizoen niet meer stress bezorgen, integendeel. Ik zal geen last hebben van de druk om een ploeg te vinden. Het stond voor mij al vast dat ik naar Lotto zou gaan, en de gesprekken met Maxime Monfort voor ik tekende, hebben me alleen maar gesterkt in mijn keuze.” In afwachting tot hij de stap zet naar de beloftencategorie, wacht er nog een tweede wedstrijdseizoen bij de junioren van Crabbe Dakwerken-CC Chevigny. Een seizoen waarin Arnaud zijn stempel wil drukken vanaf het openingsweekend.

“Het minpunt in 2019 was mijn start van het seizoen. Ik had pech en ben ook een paar keer ten val gekomen in de Vlaamse klassiekers. Hopelijk kan ik nu mee van bij de start in Kuurne-Brussel-Kuurne, op 1 maart ...” Maar Arnaud is vooral bezeten van Parijs-Roubaix voor junioren, op 12 april. De hele winter was de jongste van de zonen De Lie hiermee bezig. Zo kwam hij amper 1,5 kg bij, en hoopt hij weldra te kunnen schitteren op de velodroom in Roubaix. “Vorig jaar werd ik zevende", vertelt Arnaud. “Voor mij is Parijs-Roubaix heel speciaal. Alleen al terug over die kasseien rijden, geeft je rillingen. De mensen duwen je vooruit, je hebt het gevoel een echte profrenner te zijn.”

 

AAN DE KOP VAN HET PELOTON

Genetisch voorbestemd voor de sprint, zijn ultieme wapen, dankt Arnaud zijn opeenstapeling van successen vooral aan een gewetensvolle training. Maar ook aan heel wat offers die de middelbare scholier zonder morren brengt. “Tijdens het seizoen ga ik nooit uit. In de winter soms wel eens, maar niet te veel. Na de wedstrijd een glas drinken met kameraden zegt me niets. Bovendien moet ik ook nog werken op de boerderij! Momenteel storen die opofferingen me niet. Ik weet dat er bij de beloften ongetwijfeld nog meer zullen zijn.”

Begeleid door zijn sportieve staf, gesteund door zijn familie (door zijn vader en broer natuurlijk, maar ook door zijn moeder Pascale en jongere zus Edwige die zijn grootste supporters zijn), lijkt Arnaud goed op weg om zijn droom van profrenner te worden in vervulling te laten gaan. Maar hij wil beslist niet op zijn lauweren rusten. Het is al na 12 uur. Hoog tijd om het huis te verlaten en naar de clubrit te gaan, op zaterdagnamiddag. Terwijl de renners in langgerekte colonne over de bochtige plattelandswegen rijden, zien we Arnaud al snel aan de kop van het peloton. Hij zal zijn eerste plaats niet meer verlaten. Want de Belgisch kampioen heeft een mooi shirt dat hij eer moet aandoen, het hele jaar lang.

NAAR BOVEN