BODEMVISSEN OP FOREL MET NATUURLIJK AAS, HOE BEGIN JE ERAAN?

Bij het begin van het seizoen is het water vaak nog koud en zijn de vissen weinig actief. Bodemvissen op forel met natuurlijk aas (of 'au toc'-vissen zoals dat zo mooi heet) is een techniek waarmee je die kalme vissen kan vangen. In dit sportadvies maak je kennis met de basics van au toc-vissen, voor een geslaagd begin van het visseizoen. De naam van deze techniek zou verwijzen naar het gevoel van een visser die beet heeft en een soort rilling door zijn hand voelt gaan...

number_1

DE HENGEL

De keuze van de hengel hangt af van het soort waterloop waarin je vist. Hoe kleiner de waterloop, hoe korter de hengel.

Voor kleine en middelgrote waterlopen kan je een hengel gebruiken van 3,40 m of 3,60 m. Ze zijn ook veelzijdiger. In grote rivieren vis je best met langere hengels, van 4 m of langer, om verder in het water te kunnen vissen.

number_2

DE MOLEN

Bij bodemvissen is de molen niet meer dan een lijnreserve. Hij dient alleen maar om de vislijn op te rollen. Gebruik kleine molentjes met een heel ondiepe spoel. Met die discrete en vederlichte molentjes is het bovendien heel aangenaam vissen.

number_3

DE LIJN

De montage voor bodemvissen bestaat uit twee delen: de hoofdlijn en de onderlijn. De hoofdlijn is je lijnreserve. Daarmee blijft je lijn goed zichtbaar, ook bij het afdrijven. Je kan kiezen voor flashy of natuurlijke kleuren waarmee de lijn optimaal zichtbaar blijft naargelang van de sterkte van het licht.

De standaard lijndiameter waarmee je in de meeste omstandigheden kan vissen, ligt tussen 14/100 en 16/100. De onderlijn is het laatste deel van de lijn, dat in contact zal komen met de rivierbodem en waaraan de haak wordt bevestigd. Om zo discreet mogelijk te vissen, moet dit gedeelte een diameter hebben van minder dan 2 tot 4 honderdsten in doorschijnend nylon of in fluorocarbon (onzichtbaar in het water).

number_4

HET VISLOOD

Het vislood dat je aan je onderlijn gaat bevestigen, hangt af van de stroming en de diepte van de waterloop. Goed vislood zorgt voor een goede aanbieding van het aas doordat het er realistisch uitziet en lichtjes drift.

In kleine en middelgrote rivieren moet het vislood zich zo'n 30 cm boven de haak bevinden. Om te beginnen, volstaan 4 visloodjes nr. 6. Daarna is het aan jou om het gewicht van de visloodjes en de afstand ertussen aan te passen, naargelang van de omgeving waarin je vist.

Als de stroming sterk is, moeten de loodjes dichter bij elkaar zitten. Als er weinig stroming is, moet er meer plaats zijn tussen de loodjes.

number_5

HET AAS

Aan het begin van het seizoen kan je verschillende soorten lokaas gebruiken. Het meest polyvalente aas zijn regenwormen, mestpieren en tebo's. Je kan ook verschillende soorten aas op dezelfde haak prikken. Test zelf wat het best werkt op het moment zelf.

number_6

DE HAAK

Kies je haak op basis van het aas zodat dat op de best mogelijke manier wordt aangeboden.

#Tip van Caperlan

We raden je aan om de loodjes voorzichtig vast te klemmen. Indien nodig kan je de loodjes verplaatsen zonder je hoofdlijn te beschadigen, en als ze geblokkeerd raken tussen twee stenen zal je het geluk hebben dat je lijn niet breekt.

 

Wormen moet je in de lengte op de haak prikken, te beginnen bij het hoofd. Laat de punt van de haak weer naar buiten komen onder het deel van de worm dat op de haak geprikt is. Tebo's kan je langs hun staart of hoofd opprikken. Let op dat ze niet leeglopen want dan trekken ze geen vis meer aan.

 

Zo, nu ken je de basics van bodemvissen op forel met natuurlijk aas. We hopen dat we je hiermee op weg gezet hebben voor een aangenaam forelseizoen.

 

NAAR BOVEN