CRAWL: ADEMHALINGSTRAINING

Zijsteken, een slechte plaatsing, kortademigheid of de welbekende slok water die je binnenkrijgt, dat zijn de risico's die je als zwemmer loopt als je je ademhalingstechniek verwaarloost. Om dit soort ongemakken te beperken, stelt Nabaiji je enkele leerrijke oefeningen voor, met of zonder materiaal, om je ademhaling en longcapaciteit te verbeteren. De voorgestelde oefeningen moet je na de opwarming of tijdens de recuperatiefase inplannen, zodat je je enkel op je techniek en niet op je snelheid of aantal baantjes concentreert. Probeer niet om snel te zwemmen, maar focus op je beweging.

MET ZWEMMATERIAAL

MET EEN ZWEMPLANK:

Hou de plank met je rechterarm voor je uit, zodat deze in lijn ligt met je lichaam, en hou je linkerarm in de tegenovergestelde richting, dit wil zeggen, tegen je lichaam aan. Je gaat alleen vooruit door met je benen te zwemmen. Hou je hoofd onder water en draai het om de vijf seconden opzij om kort adem te halen. Draai het vervolgens terug om onder water uit te ademen.

Verwissel elke 25 meter van arm.

Het doel van deze oefening is om je lichaam zoveel mogelijk in lijn te houden met de plank en zo goed mogelijk te blijven drijven door kort in te ademen en lang uit te ademen zonder je hoofd te veel op te tillen.

Wil je het rustiger aan doen, hou de plank dan naast je.
Of mag het net iets moeilijker voor jou? Hou dan beide armen gestrekt voor je uit!

MET SNORKEL:

Voor deze oefening moet je het in- en uitademen minimaal onder de knie hebben, om ademnood te vermijden. Het komt erop neer om normaal crawl te zwemmen, maar dan met een snorkel.

Op deze manier moet je je hoofd rechthouden tijdens de hele zwembeweging en je goed concentreren op het uitademen, om nadien optimaal te kunnen inademen.

ZONDER ZWEMMATERIAAL

CRAWL MET ÉÉN ARM:

Crawl zwemmen met één arm is een uitstekende methode om je ademhaling te oefenen, gezien het repetitieve aspect ervan. Zoals de titel reeds aangeeft, komt het erop neer om met één arm crawl te zwemmen en om de twee slagen adem te halen aan de actieve kant (slag met je rechterarm = rechts ademhalen). Zodra je hoofd onder water is, adem je altijd langzaam uit. De andere arm beweegt niet, deze hou je voor je uitgestrekt.

Verwissel elke 25 - 50 meter van arm.

Vergeet niet dat het de bedoeling is om je lichaam goed in lijn te houden en tegelijkertijd rekening te houden met je ademhaling en drijfkracht.

BIJ ELKE BEWEGING ADEMHALEN:

Bij deze oefening zwem je crawl en haal je bij elke armbeweging (links en rechts) adem.
De moeilijkheid is om je lichaam recht en in één lijn te houden, terwijl je je hoofd constant moet draaien. Adem zo kort mogelijk in en zo snel mogelijk weer uit om hyperventilatie te vermijden.

Deze oefening heeft als doel om te leren altijd een rechte houding te bewaren, je hoofd niet te veel op te tillen om in te ademen en onder water uit te ademen.

NAAR BOVEN