De regels om met een kano-kajak te varen

Zelfs al is het gebruik ervan zeer toegankelijk, de kano-kajak blijft een vaartuig dat onderworpen is aan de maritieme reglementen.Hier volgen de regels die je moet kennen voordat je het water op gaat, om in alle veiligheid te varen!

Kajak
1

Strandtuig

Heeft je opblaasbare of harde kano-kajak een lengte van minder dan 3,50 meter ? Dan ben je de bezitter van een  strandtuig.

Je moet altijd op 300 meter van een aanlegplaats (elke plaats aan de kust waar om het even welk vaartuig of boot met zijn bemanning voor anker kan gaan of aanleggen en zonder hulp weer kan vertrekken) blijven.

De zwemvest is niet verplicht maar wordt sterk aangeraden om gemakkelijker terug op het vaartuig te klimmen als je in het water bent gevallen.

Kajak
2

Goedgekeurd vaartuig

Je kano-kajak is hard of opblaasbaar en heeft minstens 2 gescheiden luchtkamers. Hij meet meer dan 3,50 meter. Hij is "goedgekeurd voor zee" door de fabrikant. Dan mag je tot 2 zeemijlen (ongeveer 3 km) van een aanlegplaats varen. Je moet dan over de volgende veiligheidsuitrusting beschikken:
       • een zwemvest dat voldoet aan de Europese normen, voor iedere persoon aan boord.
       • een aanlegtouw voorzien van een haak, met een lengte ongeveer gelijk aan de lengte van de boot
       • een reddingspeddel
       • een beveiliging dat de waterdichtheid van het of de mangat(en) verzekert, behalve voor de "sit on top"
       • een met een koord aan de boot vastgemaakte hoos of een ontwateringspomp (behalve een zelflediger)
       • een veiligheidspal (of gelijkwaardige voorziening) die het wegslepen toelaat
       • een levenslijn
       • een verlichting voor de plaatsbepaling (flitslamp, lichtgevende stok…)

Kajak
3

De navigatieregels voor een waterplas

Ongeacht het soort waterplas, zijn het altijd plaatsen waar specifieke navigatieregels gelden.

   - Zwemzones zijn verboden voor jou wanneer je kano-kajak geen strandtuig is; 
  - In de meeste gevallen moet je vermijden om te peddelen te midden van zwemmers;
     - Het is verboden om een haveningang of -uitgang over te steken. Die in- en uitgangen worden aangegeven met rode tonboeien aan de rechterkant en groene kegelboeien aan de linkerkant, vanaf de kust gezien;
     - Let erop dat je vaartuigen met een beperkt manoeuvreervermogen (sleepboten, zeilboten, vaartuigen beperkt door hun diepgang enz.) niet hindert op hun weg;
     - Informeer je over beschermde gebieden op je traject;     - Vermijd om alleen te varen en verwittig iemand uit je omgeving van je vertrek;
     - Neem altijd je smartphone mee (in een waterdichte zak) om de reddingsdiensten te verwittigen in geval van problemen (noodnummer SNSM 196)

Kajak
4

Voorrang of geen voorrang met een supboard

De voorrangsregels op zee
Op zee hebben de vaartuigen met het beperktste manoeuvreervermogen voorrang. Met een kano-kajak heb je dus slechts voorrang op motorboten die onbeperkt kunnen manoeuvreren. Je moet ook afstand houden van zeilboten die een beperkter manoeuvreervermogen hebben dan jij. 

Voorrangsregels op een rivier
Op een rivier of waterplas, wordt een kano-kajak gezien als klein vaartuig: je mag dus niet in de weg varen van alle vaartuigen langer dan 15 m (woonboot, riviercruiseschip). Je moet ook voorrang geven aan zeilboten, maar een motorboot van minder dan 15 m lang is verplicht te manoeuvreren om je met rust te laten. 

De voorrangsregels… tussen twee kajaks
De kajak die van rechts komt, heeft voorrang! En als je elkaar tegemoet vaart, moet je de ander aan de rechterkant voorbijgaan... net als met de auto!

NAAR BOVEN