DE VERSCHILLENDE SOORTEN HULPTEUGELS

Als je ze goed gebruikt, zijn hulpteugels een efficiënt middel voor de dagelijkse spiertraining van je paard. Bepaalde hulpteugels wijken daar echter van af, bijvoorbeeld de martingaal die opwaartse hoofdbewegingen verhindert bij paarden die onvoldoende afgericht zijn.  Let wel: hulpteugels moeten in meer of mindere mate zorgvuldig worden gehanteerd, en mogen alleen worden gebruikt door ervaren ruiters of onder toezicht van een docent.

paard op het strand

VERSCHILLENDE SOORTEN HULPTEUGELS

Hulpteugels die de spieren ontwikkelen: de gogue (met een longeertouw), bijzetteugels (vastgemaakt in het midden tussen de voorbenen), de Duitse rijteugel (vastgemaakt in het midden). Deze varianten worden vaak gebruikt bij jonge paarden om de rugspieren te ontwikkelen. Het paard zal voornamelijk in draf werken, de gang die het meest geschikt is voor spierontwikkeling bij oefeningen met een longeertouw. De persoon die met het longeertouw werkt, moet het paard in een langzame, maar actieve gang doen lopen.

 

Hulpteugels die de spieren onderhouden: de gogue met bediening (van de ruiter), bijzetteugels vastgemaakt aan de zijkanten, de Duitse rijteugels vastgemaakt aan de zijkanten. Deze hulpteugels worden gebruikt bij paarden waarvan de rugspieren voldoende en correct ontwikkeld zijn, om aan het evenwicht te werken. Ze dienen vooral om de spieren aan de onderzijde van de hals en de achterbenen te ontwikkelen.

Longeertouw

DE GOGUE

Deze hulpteugel wordt in een driehoek aangebracht. De riempjes worden vastgemaakt aan de riem ter hoogte van de singel tussen de voorbenen. De teugel heeft koordjes die door de bitring doorlopen tot aan het hoofdstel.

Gogue-hulpteugels kunnen op twee manieren gebruikt worden:

ZONDER BEDIENING (LONGEERTOUW)

MET BEDIENING: door de uiteinden van de koordjes vast te maken aan een stel teugels naast de gewone teugels van het hoofdstel (bereden).

Voordelen van de gogue: hij is geschikt voor gebruik aan een longeertouw of bereden.
Nadelen van de gogue: het paard kan stoppen met de hals te strekken en gaan "sloffen" of het hoofd te laag houden.

Duitse rijteugels

Duitse rijteugels lopen vanaf de handen van de ruiter door de bitringen en worden vastgemaakt aan de singel: ofwel aan de zijkanten van de singel, ofwel tussen de voorbenen.
Voordelen: ze zijn eenvoudig en niet duur. 
Nadelen: ruiters die niet aandachtig of geduldig genoeg zijn, hebben snel de neiging om de teugels korter te maken. Als ze verkeerd gebruikt worden, vormen Duitse rijteugels een belemmering waardoor het paard niets bijleert en de spieren niet op de juiste wijze ontwikkelen. 

Bijzetteugels

Hulpteugels met elastieken en rubberen ringen, geschikt om vastgemaakt te worden aan de zijkanten of in het midden. Het ene uiteinde van de elastieken wordt vastgemaakt aan de singel en het andere aan het mondstuk.
Voordelen: het paard kan het hoofd niet te hoog brengen en wordt licht beperkt.Vastgemaakt in het midden kun je werken aan verlenging van de hals en het strekken van de rug. 
Nadelen: aangezien de elastieken direct verbonden zijn met het bit, kan dit soms aanleiding geven tot schokken in de mond door de loopbewegingen van het paard. 

Martingaal

DE MARTINGAAL

Er bestaan twee types:

- DE MARTINGAAL MET RINGEN.

- DE VASTE MARTINGAAL.

De martingaal met ringen voorkomt dat het paard het hoofd plots omhoog kan gooien, met name bij het springen. Het paard loopt als het ware in een teugelgang. Als de martingaal te kort is, kan dit al snel problemen geven bij het sturen omdat het gebruik van de teugels beperkt wordt. 

HET EERSTE GEBRUIK

Wanneer je hulpteugels (van ieder type) voor het eerst gebruikt, kun je ze het best wat losser afstellen, zodat het paard begrijpt wat er van hem verwacht wordt, zonder risico op ongelukken.
Voor hulpteugels die op de hals werken, moet het paard in stilstand "getraind" worden om het hoofd omlaag te houden als de hulpteugels druk uitoefenen op de hals.

Voor elk type hulpteugels moeten de eerste oefensessies van korte duur (maximaal 10 min voor elke hand) en niet kort opeenvolgend zijn. Als het paard correct werkt en na een tijdje weigert, is het mogelijk dat de inspanning te zwaar is en de sessie te lang duurt. In dat geval is het beter om 10 minuten correct te longeren dan 30 minuten terwijl het paard weigert. 

De voortgang bij het werken met hulpteugels mag nooit gebeuren onder dwang. Het paard moet geleidelijk aan begrijpen dat een goede houding het zachtst is voor zijn mond en hals, door toe te geven aan de druk.

Hulpteugels mogen niet voortdurend gebruikt worden, en altijd met de intentie om ze op termijn niet meer nodig te hebben.

NAAR BOVEN