DETAILS WAARDOOR JE SNELLER ZWEMT

Letterlijk aan alles denken, zowel vóór als tijdens de wedstrijd, dat is de grote uitdaging waar elke zwemmer van topniveau voor staat. Sommigen vertellen dat ze tot de dag van de wedstrijd alleen maar daaraan denken en er zelfs ‘s nachts over dromen. De hoek waaronder ze in het water komen, de lengte van hun afzet onder water, het aantal bewegingen... deze sporters bouwen hun wedstrijd tot op de millimeter nauwkeurig op, vanaf het moment dat ze van het startblok duiken tot het ogenblik dat ze de kant weer aantikken, en herhalen hem voortdurend, soms zelfs voor slechts enkele seconden inspanning.

Nabaiji geeft je een (onvolledige) lijst mee van de kleinste details waar een wedstrijdzwemmer aan moet denken om optimaal te presteren.

number_1

DE HOUDING VAN HET HOOFD

Toptrainers zullen je weten te vertellen dat de houding van het hoofd tijdens het zwemmen van doorslaggevend belang is. De positie van je hoofd oefent namelijk een rechtstreekse invloed uit op het lichaamsevenwicht van de zwemmer.

Bij crawl moet het hoofd ingetrokken zijn en moet je blik loodrecht op de grond gericht zijn, zodat de voortstuwing zo weinig mogelijk afgeremd wordt. Een zwemmer mag in geen geval zijn hoofd optillen om zijn tegenstander in de gaten te houden of om nog maar te kijken hoe dicht hij bij de kant van het zwembad is. Zijn enige herkenningspunt is de zwarte lijn op de bodem van het zwembad...

Bij rugcrawl moet het hoofd een beetje opgetild zijn zodat het lichaam beter drijft.

Ook bij vlinderslag en schoolslag ten slotte moet het hoofd ingetrokken zijn en moet je blik loodrecht op de bodem gericht zijn, behalve natuurlijk tijdens de ademhaling...

 

zwemmer die zijn ademhaling traint
number_2

DE ADEMHALING

Bij zwemmen speelt hydrodynamica een erg belangrijke rol. Afremmen verminderen, is net zo belangrijk als de voortstuwing.

De zijwaartse of frontale beweging die nodig is voor de ademhaling zorgt voor meer weerstand in het water. Om het lichaam zoveel mogelijk gestrekt te houden, voor een optimale hydrodynamica, zou je eigenlijk niet mogen ademhalen tijdens een wedstrijd.

Dat hebben zwemmers goed begrepen! Daarom proberen topsprinters bij crawl en vlinderslag het aantal keer dat ze ademhalen fors te beperken. Bij een sprint over 50 meter ademen bepaalde crawl- en vlinderslagzwemmers helemaal niet in. De afstand wordt afgelegd met ingehouden adem, van de duiksprong tot de aankomst!

number_3

ONDER WATER AFZETTEN

Je zwemt sneller onder water dan aan het wateroppervlak. Net daarom zijn er zoveel topzwemmers die lange afzetten onder water uitvoeren na hun duiksprong of na een keerpunt, om sneller te zwemmen en hun bovenste ledematen te sparen. Een zwemmer die goed kan afzetten onder water kan al snel een voorsprong behalen op zijn tegenstanders.

Een lange krachtige afzet onder water is dus een ongelofelijke troef voor een competitiezwemmer, zolang hij zich maar houdt aan de reglementaire maximumafstand van 15 meter, zoals opgelegd door de FINA (Internationale Zwemfederatie).

Naast de lengte van de afzet houden zwemmers nu ook meer en meer rekening met de diepte van hun afzet onder water om zo weinig mogelijk weerstand te ondervinden. Volgens wetenschappers is de weerstand van het water twee keer kleiner op 50 cm onder het wateroppervlak. Bovendien hebben tegenstromen op deze diepte geen invloed meer op zwemmers.

number_4

VINGERS UIT ELKAAR

In tegenstelling tot wat velen denken, is het efficiënter om te zwemmen met je vingers lichtjes uit elkaar dan met vingers stijf tegen elkaar alsof je een peddel vormt met je hand. Dit klinkt tegenstrijdig, niet? Toch is dit de conclusie van een zeer ernstig Amerikaans onderzoek.

We zullen je de krachten van de fysica die hier aan het werk zijn, besparen! Het komt er gewoon op neer dat een spreiding van de vingers tijdens de trekbeweging in het water zorgt voor een soort onzichtbaar watervlies dat de bewegingen van de zwemmer volgt. Deze dunne watermassa kleeft als het ware aan de zwemmer en wordt met hem meegezogen tijdens zijn bewegingen. Als de vingers voldoende gespreid zijn, kunnen zwemmers een kracht uitoefenen die dubbel zo sterk is dan met de vingers bij elkaar.

 

zwemmers die trainen om hun sneelheid te verbeteren
number_5

HET NEMEN VAN EEN GOLF (OF AANZUIGKRACHT)

Je hebt misschien al gezien op tv of in het zwembad hoe bepaalde zwemmers erg dicht bij de zwemmen bij de waterlijnen die de banen scheiden. Dit is geen oriënteringsfoutje, maar wel degelijk een bewuste techniek om sneller te zwemmen met minder inspanningen.

Elke zwemmer sleept rond en achter zich een grote of kleine watermassa mee. Veel wedstrijdzwemmers zijn zich daarvan bewust en proberen om hun voordeel te halen uit deze "golf" of aanzuigkracht die wordt gecreëerd door de tegenstanders dichtbij hen en voor hen.

Om te kunnen "surfen op een golf" moet de zwemmer zijn tegenstander zo dicht mogelijk naderen, ter hoogte van zijn bovenlichaam. Zo kan hij makkelijker op het water glijden, en krijgt zijn tegenstander het moeilijker...

 

NAAR BOVEN