DRIBBELTRAINING: WERK AAN JE BALVAARDIGHEID!

Nu je weet hoe je moet omgaan met de bal, kunnen we overgaan naar oefeningen om te dribbelen in beweging. Het is ongetwijfeld leuk om te dribbelen met de ogen dicht en tegelijk te jongleren, maar tijdens een match dient dribbelen om je te verplaatsen en ruimte vrij te maken rond je voor een pass of worp. Hiervoor kun je twee oefeningen toevoegen aan je trainingsroutine: een eerste om van richting te veranderen met een dribbel, en een tweede om van hand te veranderen met een worp.

entrainement au dribble
number_1

VERANDEREN VAN RICHTING DOOR VAN HAND TE VERANDEREN:

Maak je klaar om te zigzaggen bij deze eerste oefening! Stel 6 kegels op in zigzagvorm op een half speelveld: 3 langs de zijlijn en 3 op de aslijn van de basketbalring. Begin bij de achterste lijn en dribbel naar de eerste kegel. Aan de eerste kegel verander je van hand en ga je naar de tweede kegel. Loop over de speelhelft terwijl je aan elke kegel van hand en van richting verandert, en leg de weg opnieuw af in de omgekeerde richting. Je kunt de volgende 4 belangrijkste veranderingen van hand afwisselen: gekruiste dribbel, rugdribbel, dribbel tussen de benen en reverse. Ze zien er misschien onschuldig uit, maar de kegels stellen je tegenstanders voor: het is de bedoeling dat je ze omzeilt, niet dat je eroverheen stapt. Voer je dribbel uit vóór de kegel en versnel na de verandering van richting. Wanneer je de oefening onder knie hebt, kun je ze herhalen terwijl je sneller loopt.

slalomer puis tirer
number_2

VOER DE SLALOM UIT EN WERP:

Voor de tweede oefening ga je naar de rechterlijn, recht voor de basketbalring! Plaats nu de kegels recht na elkaar met een meter tussenafstand op de as van de basketbalring. De laatste kegel moet zich aan het begin van de bucket bevinden. Dribbel zo snel mogelijk tussen de kegels en verander tussen elke kegel van hand. Wanneer je voorbij de laatste kegel bent, kun je een dubbele pas of een jump shot uitvoeren. Naargelang de richting van je laatste dribbel, zul je aan de linker- of rechterkant van de bucket staan. Het is te laat om over te steken om met je goede hand te spelen! Je moet proberen om te werpen nadat je van hand verandert. Dit zal je ertoe aanzetten om vanuit verschillende hoeken te werpen en om te anticiperen op veranderingen van richting door van hand te veranderen. Je kunt deze oefening herhalen en proberen om meer te dribbelen tussen elke kegel. Tijdens de eerste reeks kun je bijvoorbeeld een gekruiste dribbel doen tussen elke kegel. Vervolgens probeer je om twee keer te dribbelen tijdens je tweede reeks, en om drie keer te dribbelen tijdens je derde reeks. Begin daarna een reeks met één dribbel tussen de benen tussen elke kegel, vervolgens twee, dan drie, enzovoort.  

Buig voorover en dribbel zo laag mogelijk om goed te dribbelen en snel te slalommen. Zo kun je de bal beter beschermen tijdens een match, wanneer de kegels handen zullen hebben en zullen proberen om je te onderscheppen. Vind je deze oefeningen leuk? Deel je trainingsroutines met ons!

NAAR BOVEN