JUMP SHOT EN DRIEPUNTER

Wil je voor de overwinning gaan bij basketbal, dan moet je vertrouwen op je inzet. Behalve op die dagen dat je echt geluk hebt, is in de tribune duiken om een verloren bal te redden vaak niet meer dan een extra kans op een airball. Om je schotpercentages een duik te zien nemen, zowel tijdens wedstrijden als op playgrounds, schotelen we je hier een paar oefeningen voor om je jump shot te verbeteren, met als klap op de vuurpijl de zo gegeerde driepunter.  
Om je werptechniek te verbeteren, goed te richten en de afstand perfect in te schatten, heb je een bal nodig, kegels en een partner die vertrouwen heeft in je talenten als langeafstandsschutter. Als alles goed gaat, scoor je zeker tijdens deze oefeningen.

SHOOT
number_1

STOOM JE KLAAR VOOR EEN WEDSTRIJD

We beginnen eerst en vooral met enkele oefeningen om je bewegingen en dan vooral de mobiliteit van je pols te verbeteren: de fameuze 'follow through', een polsrotatie die meer kracht geeft aan je schot. Laat ons volledig ontspannen beginnen met een oefening op de grond ! Ga op je rug liggen en houd de bal in je sterkste hand. Met je elleboog haaks in een hoek van 90°, en je onderarm evenwijdig aan de grond houd je de bal in de palm van je hand. Vanuit deze positie gooi je de bal verticaal omhoog, waarbij je dezelfde hand- en armbewegingen gebruikt als bij een schot. Met deze oefening verbeter je de beweeglijkheid van de pols. De bal moet verticaal de lucht in gaan en ook op dezelfde plaats weer naar beneden vallen, dus recht in de palm van je hand. Het is de bedoeling om de bal met je hand op te vangen en niet met je neus of met je buikspieren.   Nu je de smaak te pakken hebt, gaan we terug rechtstaan! Om wat te ontspannen, ga je op 1 meter van de korf staan en houd je steeds de bal in de palm van je sterkste hand, met de arm evenwijdig aan de grond.   Met een enkele beweging (en ook met slechts een hand als je nog mee bent), breng je je arm in schietpositie en werp je. Je benen en je zwakke hand worden hierbij niet gebruikt, die mogen nog 5 minuten rusten. Je mag de bal ook niet laten vallen… Het is de bedoeling dat je de vingertoppen van je sterkste hand gebruikt en niet zozeer de handpalm, zodat je gemakkelijk de balrichting kan bepalen en in een boog kan werpen. Je kan deze oefening op verschillende plekken rond de ring herhalen, maar laat telkens een meter afstand.

shoot_3points_tarmak_decathlon_basketball
number_2

TIJD VOOR HET BENENWERK

Nu de pols de weg naar het net kent, wordt het tijd om je werpafstand wat te vergroten door op beide benen te duwen. Terwijl je sterkste hand zich richt op het doel en je je zwakste hand gebruikt om de bal te begeleiden, zijn het je benen en je ontspanning die je de kracht geven voor je schot en die ervoor zorgen dat je steeds verder kan werpen. Om je voorkeursafstand te bepalen, doe je een reeks van 10 opeenvolgende worpen vanuit dezelfde positie. Hierbij kan een enthousiaste partner je helpen bij het gooien en vangen van de bal en eveneens zorgen voor tijdswinst. Als er niemand klaarstaat om je rebound op te vangen en je de bal terug te spelen, kan je beginnen met een pass naar jezelf. Het is de bedoeling dat minstens 7 van de 10 shots vanuit dezelfde positie binnengaan. Slaag je er effectief in om een mooie 70 % te behalen, ga dan een meter achteruit en begin opnieuw. Slaag je er twee maal na elkaar niet in om 7 op 10 te scoren, dan stop je met deze oefening. En zo ga je door! Eens je geroutineerd bent, is het gemakkelijker om je juiste afstanden en schotposities te bepalen. Dat kan ook verklaren waarom de verdediging je achter de driepuntslijn laat kamperen tijdens een wedstrijd. Het is een goede oefening om te weten vanaf welke afstand je de spieren moet beginnen ontspannen zodat je met volle kracht kan werpen.   Het is inderdaad zo dat als je steeds verder wil werpen, je daarbij niks kan forceren, enkel oefenen! Op twee meter van de basket of 3 stappen achter de lijn voor je beste schot, blijft je armbeweging steeds dezelfde. Het is je sprong die de lengte van je schot bepaalt. Even ter verduidelijking, het zijn vooral de benen en de buikspieren die het echte werk verrichten. Plaats je voet, die van de kant van je sterkste hand, een beetje naar voor, buig je benen, span je buikspieren op en maak een zo hoog mogelijke sprong waarbij je je volledig uitstrekt.

degainez en rythme
number_3

ZORG VOOR WAT TEMPO

Dankzij de vorige oefeningen, heb je al een idee wat je beste hoek is om te werpen met zeker 15 % scores en zou je in staat moeten zijn om telkens je afstand te vergroten totdat je alle trucjes kent achter de driepuntslijn. Het wordt nu tijd om te leren werpen na een sprint, maar deze keer doen we het zonder bal! (De sprint, niet de worp). Bij deze oefening heb je een partner nodig om je rebounds op te vangen en je de bal terug te spelen. Terwijl je trainingspartner al helemaal in zijn nopjes raakt dat hij je kan doen lopen, plaats je 6 kegels rond de driepuntslijn: 1 in elke hoek, 2 op 45° en 2 tegenover de basket, in het verlengde van de vrijworplijn. Het principe van de oefening bestaat erin om je heen en weer te bewegen tussen de kegels. Doe een worp, loop naar de eerste kegel voor je volgende worp en vertrek weer in de andere richting. Geleidelijk aan vergroot je je sprintafstand! Loop naar de tweede kegel aan je rechterkant, daarna naar de derde aan de linkerkant en ga zo door. Doe verder en blijf de driepuntslijn volledig volgen, van de ene hoek naar de andere. Eens je deze routine vast hebt, zal je beter kunnen werpen als een tegenstander je afstopt of zal je je onderscheiden na een spurt. Voel je dat je de afstand nog niet in de benen hebt, herhaal dan deze oefening, maar met de kegels iets dichter bij de korf.

NAAR BOVEN