KINDEREN EN SPORT: EEN GESLAAGD HUWELIJK

Dagelijks bewegen is heel belangrijk voor kinderen. Het stimuleert de groei en bevordert de fysieke en mentale gezondheid. Sport is ook een ideale manier om stress te voorkomen en angsten te bestrijden. De gezondheid van een actief kind is doorgaans beter, net als zijn concentratie. Daarbij slapen sportieve kinderen ook beter.

number_1

KINDEREN EN SPORT: DE TROEVEN

Naast de fysieke troeven, vormt sport (vooral teamsporten) een ideale levensschool. Een kind ontwikkelt er zelfvertrouwen mee, leert met anderen samen te werken en in groep functioneren.

Voor kinderen zelf is sporten ook een plezier, vooral jongens houden ervan om zich met hun leeftijdsgenoten te meten tijdens bijvoorbeeld voetbal of basketbal. Gewoonlijk zijn sportieve kinderen socialer en passen ze zich gemakkelijker aan hun omgeving aan.

number_2

DE ROL VAN DE OUDERS EN DE COACH

De rol van de ouders bestaat er vooral in om hun kinderen te helpen en te stimuleren om te sporten. Zo zullen kinderen zich gemakkelijker in de maatschappij integreren. Ieder kind kan een sport vinden die bij hem of haar past. Je moet gewoon de tijd nemen om een sport te zoeken die je kind leuk vindt.

Je kind ‘pushen’ om te gaan sporten, is geen goed idee. Een kind van tien jaar of jonger haalt voldoening uit de resultaten van zijn inspanning: ‘Ik heb geoefend en ben erin geslaagd om vijf keer te jongleren’,  ‘Vandaag heb ik een mooie korf gemaakt tijdens het basketten’ of ‘Ik heb geserveerd zonder het net te raken’.

number_3

RESULTATEN EN VAARDIGHEDENDE ROL VAN DE OUDERS EN DE COACH

Voor een kind hangt de voldoening van het sporten niet af van behendigheid of vaardigheden, maar wel van de resultaten die zijn inspanningen oplevert. Een kind leert immers traag bij. Vanaf 6 of 7 jaar beginnen ze zich onderling te vergelijken en vragen ze zich af of dezelfde prestaties kunnen leveren als hun leeftijdsgenootjes. De uitdagingen en de moeilijkheidsgraad hangen af van het niveau van de anderen: ‘Een driepunter scoren is moeilijk omdat er maar drie andere kinderen van ons team dat kunnen’.

Kinderen ontwikkelen pas vaardigheden en talent rond de leeftijd van 12 jaar. Doorgaans hebben ze het moeilijk om hun vaardigheden goed in te schatten. Het is dan ook aan buitenstaanders (zoals een coach) om hun vooruitgang te meten en hun prestaties met de rest van de groep te vergelijken.

NAAR BOVEN