STAP VOOR STAP EEN VOORDERAILLEUR AFSTELLEN

Heb je een racefiets? Dan weet je ongetwijfeld hoe belangrijk het is dat de versnellingen perfect functioneren. Zowel de achter- als de voorderailleur moeten op de juiste manier afgesteld worden. In dit artikel leggen we je uit hoe je zelf je voorderailleur afstelt.

number_1

VOORDERAILLEUR AFSTELLEN: POSITIONERING

Vooraleer je met het afstellen begint, moet je eerst de positie van de voorderailleurcontroleren. De vork van de derailleur moet evenwijdig lopen met de tandwielen en zich 2 tot 3 mm boven het grootste tandwiel bevinden, zonder het te raken!

Als dat niet het geval is, maak je de derailleur los en plaats je hem op de juiste positie ter hoogte van het kader.

number_2

SPANNING EN AFSTELLING VAN DE STELSCHROEVEN

AFSTELLEN VAN DE ONDERSTE STELSCHROEF

Plaats de ketting op het grootste tandwiel van de achterderailleur en maak de versnellingskabel los ter hoogte van voorderailleur.

Draai aan het kleine moertje om de kabel aan de versnellingshendel (aan het stuur) los te maken. De eerste stap bestaat erin om de onderste stelschroef juist af te stellen zodat de ketting niet te laag komt en de derailleur correct functioneert.

Gebruik een platte schroevendraaier om de onderste stelschroef te regelen en ‘speel’ met de kleine schroef (die met een ‘L’ is gemarkeerd). Draai aan de schroef totdat de vork perfect is gealigneerd met het binnenste tandwiel (de kleinste van de twee of drie tandwielen).

SPANNING VAN DE KETTING

Zodra de eerste stelschroef is vastgedraaid, kan je de kabel van de derailleur weer vastmaken en er zachtjes aan trekken zodat er spanning op de ketting ontstaat. Om de definitieve spanning te bepalen, moet je eerst de tweede stelschroef regelen.

AFSTELLEN VAN DE BOVENSTE STELSCHROEF

Om de bovenste stelschroef af te stellen, moet je dezelfde procedure volgens als bij de onderste. Plaats de ketting op het kleinste tandwiel van de cassette en draait de schroef ‘H’ vaster of losser.

Zodra de vork perfect is afgesteld (boven het grootste tandwiel), zijn de stelschroeven correct afgesteld en kan je aan de laatste stap beginnen.

SPANNING VAN DE KABEL REGELEN

De twee stelschroeven zijn juist afgesteld. Nu moet je alleen nog de kabel ter hoogte van de versnellingshendel correct bevestigen. Daarvoor schakel je en controleer je of de ketting zich verplaatst. Let erop dat de ketting geen tandwielen overslaat.

Als de ketting zich op de juiste manier verplaatst, hoef je niets meer aan te passen. Als er niets gebeurt, moet je de kabel een beetje strakker aanspannen. Daarvoor draai je het kleine moertje (in metaal of plastic) wat vaster.

Als de ketting tandwielen overslaat, moet je minder spanning op de kabel plaatsen en het moertje wat losser draaien.

Maak tot slot een ritje met je fiets en controleer of alle versnellingen correct functioneren. Als dat niet het geval is, moet je de spanning van de kabel opnieuw afstellen.

NAAR BOVEN