TIPS OM JE KIND ZELFSTANDIG TE LEREN FIETSEN

Samen fietsen met het hele gezin op een zonnige zondagnamiddag ... de kinderen raken hun overtollige energie kwijt en genieten van vrijheid en buiten zijn. Het ideale plaatje ... maar, dat is natuurlijk op voorwaarde dat je kinderen reeds kunnen fietsen. Wanneer zijn kinderen klaar om te fietsen en hoe pak je dat concreet aan?

Mobiel 21

ONZE EXPERT

INE BOSMANS werkt bij Mobiel 21, een centrum dat mensen inspireert en activeert om slimmer om te gaan met verplaatsingen. Benieuwd naar haar ervaringen en tips?

INE BOSMANS: “Ik ben eigenlijk kleuteronderwijzeres van opleiding, maar werk nu al negen jaar bij Mobiel 21. In het begin heb ik een aantal mobiliteitsprojecten voor scholen georganiseerd. In Leuven groeide het idee om een fietsschool voor volwassenen op te starten. Mobiel 21 ging samen met Stad Leuven en lokale partners de uitdaging aan om dit te realiseren. In 2012 gingen de eerste fietslessen van start. Ik denk dat ik ondertussen vijf- à zeshonderd volwassenen heb leren fietsen, maar ook een honderdtal andere lesgevers heb opgeleid tot fietslesgever.”

foto1

OP MAAT VAN KINDEREN

Kinderen kennen ongetwijfeld ‘Sam De Verkeersslang’ of de knotsgekke verkeersavonturen van VTM Kids, Aya, Otto en Belle. Dankzij deze campagnes en projecten zoals schoolvervoerplannen, verkeerseducatieve routes en schoolroutekaarten staat Mobiel 21 regelmatig in contact met scholen en ouders. Het werd dan ook al snel duidelijk dat heel wat ouders met vragen zitten over hoe ze hun kinderen moeten leren fietsen. Mobiel 21 werkte daarvoor twee workshops uit: een informatieve workshop voor ouders om hen tips en info te geven rond de ontwikkeling van jonge kinderen en gedrag in het verkeer, en een praktische workshop voor ouders en kinderen die de stap willen zetten naar fietsen op twee wielen. Ine: “Een cursus van Mobiel 21 is meer dan enkel een bewegingsaanbod. Voor onze organisatie is het belangrijk dat we de duurzaamheidsgedachte rond mobiliteit mee uitdragen en ook ouders sensibiliseren. We laten kinderen vaak niet fietsen omdat er te veel auto’s zijn, of omdat het verkeer onveilig is. Dat klopt, maar vaak dragen we zelf bij aan dat autoverkeer en zijn we mee oorzaak van dat onveiligheidsgevoel. We wijzen niet met het vingertje maar willen mensen vooral laten na- denken over hun verplaatsingsgedrag.”

HET BELANG VAN EVENWICHT

Ine: “Waar vele initiatieven werken met een stok aan de fiets en het vasthouden van de kinderen, wil ik het ‘zelf’ vinden van evenwicht en het starten met de fiets zo veel mogelijk bij de kinderen zelf leggen. Kinderen leren eigenlijk al van jongs af omgaan met aspecten van leren fietsen. Het omgaan met allerhande loopkarretjes maakt dat ze al proeven van stuurvaardigheid en richtinggevoel. Alles staat of valt met evenwicht. Daarom heeft een loopfiets toch onze voorkeur. Een kindje dat een fiets in evenwicht kan houden, heeft een stapje voor. Wanneer je als ouder je kind vasthoudt tijdens het fietsen of met een stok voortduwt, bepaal jij het evenwicht. Je kind leert zo niet zelfstandig vertrekken. Een driewieler is dan weer goed om de trapbeweging aan te leren, zonder de schrik voor een valpartij.” Valpartij, het woord is eruit. Vallen doet natuurlijk geen goed aan de motivatie van een kind om te leren fietsen. Ine: “Inderdaad, ook motivatie en angstgevoel zijn erg bepalend om te leren fietsen. Een kindje dat niet wil of onder lichte dwang de sessie komt volgen heeft het moeilijker om tot fietsen te komen. Komt daarbij dat je al behoorlijk wat zelfvertrouwen op je driewieler of loopfiets nodig hebt om over te schakelen naar een gewone fiets. Kinderen die te bang zijn zullen ook vaker blokkeren tijdens de sessie. Ze worden hier immers echt wel uitgedaagd.” Niet alle kinderen leren op dezelfde leeftijd fietsen, maar dat hoeft niet meteen tot een verschil in aanpak te leiden. Ine: “Ik vind de vier- en vijfjarigen het leukst om mee aan de slag te aan. Ze gaan nog helemaal mee in de fantasie en ze kunnen ook voldoende lang geconcentreerd blijven. Jongere kinderen zijn wat sneller moe. Daarom vindt een sessie best in de voormiddag plaats. Het verloop zelf is erg speels, hoe meer afwisseling hoe beter. Als een oefening te lang duurt, valt de concentratie weg. We zorgen voor erg veel interactie met de kinderen zelf. De ouders krijgen duidelijke ondersteunende instructies. Natuurlijk is er ook voldoende ruimte om even vrij te experimenteren. Aan het eind van de sessie sluiten we steeds af met een diploma-uitreiking."

foto2

ZONDER DRUK VAN DE OUDERS

Of het niet vervelend is dat ‘betweterige’ ouders de hele tijd op je vingers staan te kijken, wanneer je hun kind leert fietsen, dat willen wij nog wel eens weten. Ine: “Ouders zijn goed om eventuele drempels weg te halen. Het is een vertrouwenspersoon die hen kan geruststellen, die de instructies in hun kindertaal kan formuleren, maar die ook snel kan ingrijpen wanneer iets mis gaat. Bovendien krijgen ouders op die manier ook verschillende stapjes mee om thuis verder te oefenen. Anderzijds kunnen ouders soms ook druk op de kinderen zetten. Ze komen met de verwachting dat hun kind na de sessie kan fietsen. Bij vele kinderen is dat ook zo. Als een kind er niet in slaagt, gebeurt het wel eens dat het blokkeert. Ik probeer ouders ook steeds gerust te stellen dat leerprocessen verschillend verlopen. De kleine stapjes die wel lukken, worden bejubeld.”

foto4

GETUIGENIS VAN JAN

Jan nam met zijn vierjarige dochter Sam deel aan een workshop van Ine. Zoals vele ouders had ook Jan al vele kilometers lopend achter of naast de kleine Sam op de teller staan. Jan: “Gaandeweg leerde Sam wel evenwicht houden en trappen en sturen, maar starten en stoppen wou maar niet lukken. Ten einde raad schreven we ons in voor een workshop.” En zo werd leren fietsen een verhaal waarbij elke vaardigheid opgedeeld werd in kleine stapjes, spelenderwijs en met veel verbeelding. “Na amper twee uurtjes fietste Sam vrolijk rond, kon ze starten en stoppen en nam ze zowel scherpe als flauwe bochten. Als ouder kon ik naar huis met een fietsende dochter, maar ook met een schat aan kleine oefeningen. Maar wat vooral erg handig bleek: Sam en ik hadden nu ook een gemeenschappelijke ‘fietstaal’ om verder mee te oefenen. Het maakte uitleggen wat fietsen is zoveel makkelijker voor Sam.”

NAAR BOVEN