WIST JE DIT JE NIET LANGER DAN 15M ONDER WATER MAG ZWEMMEN?

We zijn in 1988, in de Verenigde Staten. David Berkoff, een jonge Harvard-student, maakt zich klaar om zijn gloednieuwe  zwemtechniek aan de wereld te tonen.

Deze zwemmer, die gewoonweg als een uitstekende rugzwemmer wordt beschouwd, begint aan de 100 m rugslag tijdens de Amerikaanse kwalificaties voor de Olympische Spelen van Seoul. Hij wint zijn wedstrijden en zwemt meteen twee werelduurrecords (met een beste tijd van 54’91 seconden).

Het geheim van zijn succes? Een buitengewone  afzet  met ritmische  golfbewegingen , een zeezoogdier waardig!

Die dag heeft David Berkoff immers het grootste deel van zijn  wedstrijdtijd onder het  wateroppervlak gezwommen, en kwam hij pas boven water op 40 meter bij zijn eerste lengte en op 20 meter bij zijn tweede. Onze beste David zal uiteindelijk slechts 40 meter "normaal" gezwommen hebben.

In het licht van de (toch wel erg uitzonderlijke) prestaties van de Amerikaan werd deze ver doorgedreven techniek door vele andere elitezwemmers overgenomen.

Toen gooide de internationale zwemfederatie FINA echter roet in het...zwembad.

 

BEPERKING VAN DE AFZET ONDER WATER

In 1956 was de situatie al eens onder de loep genomen tijdens de Olympische Spelen in Melbourne. De Japanner Masaru Furukawa was tot  Olympisch kampioen gekroond nadat hij zijn 200 m schoolslag onder water had gezwommen en alleen naar adem hapte tijdens het keren. De FINA had hierop (vanuit haar ontevredenheid) gereageerd door  schoolslag onder water te verbieden, omdat het publiek op die manier niet van het spektakel kon genieten. Bovendien kon deze techniek de zwemmer in gevaar brengen.

Hoe dan ook, kort na de krachttoer van de jonge Amerikaan David Berkoff sloeg de FINA met de vuist op tafel en legde ze de afzet onder water reglementair vast op 10 luttele meters. In 1991 herzien ze de afstand dat er  onder water mag worden afgezet en komt er  5 meter bij.

In de jaren die volgden op de Japanse en Amerikaanse stunts kenden ook de andere zwemslagen (vlinderslag, crawl) hun baanbrekers wat betreft  lange afzetten onder water, waarop deze telkens ook werden ingeperkt door de FINA. Vandaag is de  afzet voor elke zwemslag nog steeds beperkt tot 15 meter.

Om alle dubbelzinnigheid uit te sluiten en opdat de officials hun werk correct kunnen uitvoeren tijdens zwemcompetities, dient wel te worden verduidelijkt dat de limiet van 15 meter (weergegeven door een lijn in de hoogte) rekening houdt met de voeten en niet met het hoofd van de  zwemmer.

Elke zwemmer die graag zijn ademt inhoudt en niet aan de oppervlakte komt zwemmen vooraleer zijn voeten voorbij de 15 meter-lijn zijn, wordt dus onmiddellijk gediskwalificeerd.

Deze limiet staat vandaag vaak ter discussie en wordt druk besproken binnen de kringen van  zwemmers en zwemtrainers.

Maar is er wel een reëel verschil in snelheid tussen een oppervlaktezwemmer en een onderwaterzwemmer?

 

ONDER WATER ZWEM JE SNELLER

Heb je wel eens naar wedstrijden van Jérémy Stravius of Michael Phelps gekeken, dan ben je het met me eens dat dit verschil niet eens zo klein is, maar zelfs heel gemakkelijk is vast te stellen!

Sommige zwemmers hebben het al ervaren, vele trainers hebben het vastgesteld en talrijke wetenschappers hebben het verder onderzocht. Vandaar dat het onderwaterzwemmen bijna geen geheimen meer kent. Het staat dus als een paal boven water: onder water zwem je sneller dan aan de oppervlakte.

Ter vergelijking: een goed uitgevoerde afzet onder water  is sneller dan de topsnelheid die een  crawlzwemmer op 50 meter  haalt! Aangezien crawl de  snelste is van de  vier zwemslagen, kun je je wel inbeelden wat het grote voordeel is van een efficiënte afzet onder water, als je hem weldoordacht gebruikt.

Maar hoe verklaar je die snelheid onder water ?

Ten eerste word je minder afgeremd als je dieper zwemt . Zo kun je  sneller zwemmen met gematigde inspanningen. In het water wordt je lichaam immers onderworpen aan verschillende afremmende krachten.

De eerste hangt samen met de wrijving van het water op het lichaam. Die wrijving wordt vooral gecreëerd door de  zwembewegingen (aan de oppervlakte), waardoor het lichaam van een  zwemmer in contact komt met een groter  wateroppervlak.

Het tweede obstakel in een  wateromgeving is de “drukweerstand”. Die kunnen we in verband brengen met de hydrodynamica. Omdat water een veel hogere dichtheid heeft dan lucht, heeft het ook een weerstand die 1000 maal groter is dan die van lucht. Bij het afzetten onder water kan een zwemmer dankzij zijn positie de watermassa gemakkelijker doorklieven. Daardoor kan hij efficiënter door het water glijden dan aan de oppervlakte.

De laatste (maar niet de minste) rem is de golfweerstand. Het is die weerstand die onderwaterzwemmers (op meer dan 50 cm) omzeilen. Het is immers zo dat je wordt afgeremd door de energie die de golven aan het wateroppervlak verspreiden. Door onder deze turbulentie door te zwemmen, wordt je  afzet onder water doeltreffender.

Je hebt het al begrepen: als je net zoals de man van Atlantis wilt wedijveren met de vissen, voorzie je dan van kieuwen en kies ervoor onder water te zwemmen !

 

WAT DENK JIJ ERVAN?

Zoals hierboven vermeld doet de reglementering leidt de maximale afzet onder water in het zwemmen tot heel wat discussie en debat.

Sommige mensen binnen het milieu pleiten immers voor minder beperkingen, en dan voornamelijk bij het “zwemmen in open water”. Zoals de naam aangeeft, moet deze discipline blijven openstaan om de  wedstrijden extra pit te geven en vernieuwend te houden.

Zo kun je je al inbeelden in wat voor een spanning de toeschouwers zich bevinden voor een  wedstrijd, als ze niet weten of hun favoriete zwemmer en zijn concurrenten zullen opteren voor een  klassieke zwemstijl of voor onder water zwemmen. Zou dit geen extra dimensie toevoegen, die de geweldige sport die het zwemmen  al is nog intenser en visueel aantrekkelijker maakt?

 

Uiteraard moet je ook nog rekening houden met andere factoren naast de esthetische. Zouden we dan nog wel van zwemmen kunnen spreken? Zouden de  zwemmers zichzelf niet in gevaar brengen?

We weten dat het zwemmen een sport in volle verandering is. De FINA heeft onlangs nog het reglement van de estafettes gewijzigd. Blijft de vraag of de federatie tot een compromis zal komen wat de afzet onder water betreft en er op een dag mee zal instemmen om de wedstrijden in open water opnieuw minder strikt te maken, zoals dat het geval was op de  Olympische Spelen in het begin van de 20ste eeuw.

En jij, ben jij eerder een klassiek zwemmer  of zwem je liever onder water?

 

NAAR BOVEN