ONTDEK DE BELANGRIJKSTE VOETBALTERMEN

 

 

Als je in een zo wijdverbreide en populaire sport als voetbal stapt, dan maak je al snel kennis met de gekste en kleurrijke termen. Ontdek enkele van de belangrijkste woorden uit het tactische, technische en menselijke voetbaltaaltje. Flank, corner, spits, links- en rechtsback ... je hoort het in Keulen donderen als je die termen hoort? Lees dan snel ons woordenschatlijstje!

A

Aanname

Je doet een aanname door de bal te stoppen met je voet of met de borst, een echte klassieker zodat je het leer gemakkelijker kunt controleren.

 

 

Aanvallende middenvelder

Je leidt de aanval en draagt doorgaans het zo gegeerde nummer 10. Om deze iconische positie in het voetbal te bekleden, moet je blijk geven van tactisch vernuft, spelinzicht, creativiteit, techniek en offensief talent.

 

Aanvaller

Je staat in de aanval, vooraan op het veld. Goaltjesdief, snelle loper op diepe ballen of targetman met een sterk kopspel, jouw eerste taak is om doelpunten te maken. Je krijgt doorgaans nummer 9 op je shirt en rekent op je technische skills, je vinnigheid en je flair om te scoren.

Assist

Niet enkel doelpunten beslissen wedstrijden! Ook assists zijn belangrijk. In dat geval geef je de laatste pass naar een speler, die daardoor de bal in doel kan schieten.

Afstandsschot

Een schot van buiten het stafschopgebied (de 16-meter).

 

B

Back

Zeg maar links- of rechtsachter, de spelers die links en rechts in de verdediging spelen. Je moet niet enkel je flank verdedigen en je flanken te ondersteunen, je loopt ook graag. Je bent er om ballen te ontzetten en voor te zetten in de aanval.

 

Binnenkantvoet

Naast de wreef of buitenkant van de voet, heb je ook de binnenkant of het holle deel van je voet. Dat deel gebruik je om een bal te controleren, te passen of om te trappen. En niet vergeten: trappen met de binnenkant van de voet is gewoon veiliger!

 

 

Blessuretijd

Ook wel extra of toegevoegde tijd. Aan het einde van een helft beslist de scheidsrechter hoeveel minuten erbij komen om spelonderbrekingen door vervangingen, fouten of doelpuntvieringen, te compenseren. De laatste minuten van een wedstrijd zijn soms cruciaal om een scheve situatie toch om te buigen in een overwinning. Nooit opgeven dus!

 

 

Box-to-boxspeler

Je schuimt het voetbalveld af van strafschopgebied naar strafschopgebied. Je recupereert niet enkel de ballen, je sluit ook aan op de aanval en gebruikt je positie op het veld om het spel te organiseren. Je bent een allround-speler die voorzien is van een goede tackle, sublieme pass en een uitstekende conditie.

 

Bruggetje, poortje of ‘panna’

Je “vernedert” je tegenstander door de bal tussen zijn benen te spelen en je actie voort te zetten.

 

Buitenspel

Als je voorbij de laatste verdediger van de tegenpartij staat, en op diens helft, wanneer je ploegmakker de bal passeert, dan sta je buitenspel. Duidelijk, toch? Goed opletten dus!

C

Corner

Een corner of hoekschop krijg je wanneer de tegenstander de bal over zijn eigen achterlijn speelt. De naam zegt het: je trapt de bal in vanaf een hoek van het terrein en probeert hem op het hoofd te schilderen van je ploegmakkers in de zestien (het strafschopgebied), zodat een van hen hem hopelijk in doel kopt.

 

 

Counter

Een counter of tegenaanval kan in een mum van tijd leiden tot een doelpunt of tegendoelpunt. De verdedigende ploeg recupereert de bal op de eigen helft en schakelt razendsnel om naar een aanvallende actie waarbij er heel wat ruimte ligt. Vlotte combinaties en snelle lopers zijn hierbij cruciaal.

 

Crosspass

Je 'verlegt het spel' met een crosspass: een lange diagonale pass waarbij je de bal in één zucht naar je teammaat aan de andere kant van het veld speelt.

 

Catenaccio

Catenaccio (letterlijk: grote ketting) kennen we van onze Italiaanse vrienden en verwijst naar de extreem verdedigende speelstijl in het voetbal. Het werd een concept toen dat Inter Milaan in de jaren '60 op die manier speelde. Vandaag nog steeds een gebruikelijke voetbalterm. Je team speelt dus 'catenaccio' wanneer het enkel nog denkt aan verdedigen.

 

D

Derby

Twee rivalen uit dezelfde regio of stad nemen het tegen elkaar op. Meer dan punten staat hier de eer van de beste ploeg uit de regio op het spel.

Doelkader

Het doelkader is het geheel van doelpalen en dwarslat rond het doel. Je kadreert een bal dus wanneer hij binnen het doelkader blijft en niet in de tribune vliegt.

 

 

Doelman

Als sluitstuk van je team moet je het doel verdedigen, en dat mag je doen met je hele lichaam. In het Engels worden doelmannen dan ook goalkeepers of 'bewakers van het doel' genoemd. Jij bent trouwens de enige die de bal met de handen mag beroeren.

 

 

Dribbel

Je dribbelt wanneer je met de bal aan de voet meters neemt. Dribbelen betekent dus eigenlijk het leiden van de bal. Bij uitbreiding is het ook het hele gamma aan bewegingen en baltoetsen om je tegenstander het nakijken te geven.

 

 

Dwarsbal

Een dwarse bal spelen kan je op twee manieren. Als je een pass in de lucht geeft over de breedte van het veld om het spel te verleggen naar de andere kant, dan speel je een mooie dwarsbal. Maar als je trap uiteenspat op de dwarsligger van de goal en bijna tot een domme owngoal leidt, dan speel je ook een dwarsbal, maar niet helemaal zoals het moet.

 

E

Één-tweetje

Essentieel in het betere combinatievoetbal. Speel de bal naar een teammaat, loop door en krijg hem vervolgens terug in de loop.

 

 

F

Flanken

De flanken zijn de rechter- en linkerkant van het terrein, vlak naast de zijlijn. Als back of flankmiddenvelder is dat dus je favoriete habitat. Je bezet de flank, zowel in de aanval als in de verdediging. Je bent complementair met de backs en wingers. Je trekt het spel open, schuimt je flank af en zet voor.

 

Five

De jongste telg in de familie met voetbaldisciplines, die je 5 tegen 5 speelt op kunstgras of tarmak. Het veldje is wat kleiner dan bij futsal, maar je mag de boarding langs het terrein wel mee gebruiken.

 

 

 

Futsal

De Spaanse term voor zaalvoetbal. Je speelt wedstrijdjes 5 tegen 5, op een indoor terrein dat te vergelijken is met dat van handbal. Als je eerder een technische en minder een fysieke speler bent, dan zal deze vorm je zeker bevallen.

 

G

Gelijkspel

Gelijke stand aan het einde van een match. Al hoeft dat niets te zeggen over de kwaliteit van de wedstrijd: als een match eindigt op 5-5, dan was ze duidelijk spektakelrijk. In het voetbal is het dus perfect mogelijk om een wedstrijd te beëindigen zonder winnaar. Dan spreken we van een gelijkspel en worden de punten verdeeld: beide ploegen krijgen één punt. Een 0-0-gelijkspel wordt ook wel een brilscore genoemd.

 

 

Gerichte controle

Het mag dan leuk zijn, maar voortdurend in één tijd schieten of de bal in de vlucht nemen, dat doe je niet tijdens een wedstrijd. Je controleert al eens vaker de bal wanneer je een pass krijgt. Bij een gerichte balcontrole anticipeer je al op je volgende beweging om de bal in de gewenste richting klaar te leggen.

 

 

Goal

Deze term staat zowel voor het doel, de 'kooi' waarin je moet scoren, als voor het doelpunt dat je maakt. Om een goal te maken moet je de bal in het doel krijgen, over de lijn. En scoor je in je eigen doel, dan maak je een owngoal. En dat kan soms tot komische situaties leiden.

 

 

Goaltjesdief

Als goaltjesdief heb je een neus voor goals: je staat vooral op de juiste plek, eerder dan zelf uit te halen van op 20 meter. Je hebt een echte neus voor goals en bent een opportunist die zich als een visje in het water voelt in het strafschopgebied.

 

Grote brug

In tegenstelling tot zijn kleine broertje, die je bij wijze van spreken op een zakdoek kunt uitvoeren, heb je voor de grote brug wat meer plek en snelheid nodig. Je moet je tegenstander het nakijken geven door hem langs de ene kant voorbij te lopen en de bal er langs de andere kant voorbij te spelen.

H

Hakje

Je speelt een hakje wanneer je de bal op doel schiet of passt met de hak van je schoen. Heel handig om de verdediging te verschalken en snel te spelen zonder dat je tijd verliest met je om te draaien. Als je de bal wilt wegspelen op je eigen helft, denk dan wel even na of deze beweging wel gepast is en je zeker weet waar je teammaat staat.

 

Hands

Engels voor ‘handen’. Je speelt ‘hands’ wanneer je de bal foutief met je hand of arm raakt. De scheidsrechter kan hiervoor een vrije trap of strafschop tegen je fluiten.

 

Hattrick

Je scoort een hattrick wanneer je drie doelpunten maakt in één wedstrijd. Een 'zuivere' hattrick scoor je wanneer je driemaal de netten weet te raken in één speelhelft (45 minuten).

 

I

Inworp

Als de bal volledig over de zijlijn gaat, dan mag het team dat de bal niet heeft buiten gespeeld de bal inwerpen. Dat moet met twee handen boven het hoofd en op de plek waar de bal is buitengegaan.

 

 

 

 

J

K

Kaart

Bij een fout kan de scheidsrechter je een gele kaart onder de neus duwen om je te waarschuwen. Bij de tweede verwittiging krijg je een rode kaart en mag je gaan douchen, waardoor je team met een man minder moet voortspelen. En bij een drieste tackle of stevige fout kan je zelfs meteen rood krijgen.

Kaatsen

Wanneer je de bal over de grond aangespeeld krijgt maar je een verdediger in je rug hebt, speel je de bal in één tijd naar een teamgenoot. Het leer wordt dus niet eerst gestopt.

Kapiteinsband

In het voetbal krijg je als kapitein een band om je bovenarm. Er is er één per team. Het reglement zegt dat jij dan met de scheidsrechter mag praten. Al wordt er in de praktijk serieus wat afgeleuterd op een voetbalveld. Als kapitein ben je de leider van je ploeg op het veld en straal je charisma uit.

Kopbal of “koppen”

Voetbal zit ook in je hoofd. Jawel, voetballen doe je niet enkel met je voeten. Om te scoren, te passen of te verdedigen kan je ook je hoofd gebruiken.

Krultrap

Als je eens iets anders wilt proberen dan een krachtig schot om een muurtje van de tegenstander te verschalken, probeer je bal dan eens te krullen! Je 'borstelt' de bal met de binnen- of de buitenkant van de voet, om hem een gebogen vlucht te geven.

L

Libero

Vroeger was de libero het laatste sluitstuk tussen verdediging en keeper. Vandaag is deze positie een van de onderdelen van de centrale as. Als je vooral focust op positiespel en anticipatie in de verdediging, en je hebt ook de nodige technische skills om een counter te lanceren, dan ben je nog een echte libero.

 

Lob

Net zoals in veel andere balsporten kan je van tijd tot tijd je tegenstander (hier de keeper) proberen te lobben. Daarbij speel je de bal over zijn hoofd in doel. Gebruik je de lob om je tegenstander te dribbelen, dan spreken we van een sombrero.

 

 

 

 

M

Middenvelder

Dit is dé sleutelpositie in het moderne voetbal. Je speelt in het midden van het veld, in het hart van het spel. Er zijn even veel middenvelders als dat er voetbalvormen zijn, maar wat zeker is: je hebt een uitstekend spelinzicht en een derde long!

 

 

 

 

Muurtje

Je geeft een vrije trap weg? Geen nood, het overkomt zelfs de besten. Nu komt het er vooral op aan om je muurtje goed op te stellen. Sla de armen om je partners en ga dicht tegen elkaar staan voor de plek van de vrije trap, om je doel af te dekken.

 

 

N

O

Opstelling

In het voetbal verwijst de term opstelling naar de samenstelling van het team. Ze bepaalt hoeveel veldspelers er op elke lijn staan: verdedigers, middenvelders en aanvallers.

 

 

Overstapjes

Bij deze technische beweging maak je met je voeten kringetjes rond de bal zonder hem aan te raken. Als je het zo hoort, lijkt het misschien wat onnozel, maar geloof ons, je zal je tegenstander sterretjes doen zien als je het helemaal perfect doet.

 

 

P

Penalty of strafschop

De nachtmerrie van elke verdediger! Bij een fout binnen de zestien zal de scheidsrechter naar de penaltystip wijzen. En ben jij de gelukkige die mag trappen, dan leg je de bal op elf meter van het doel, voor een rechtstreeks duel met de doelman van de tegenstander. Een penalty is bijna een gemaakt doelpunt ... zolang je koelbloedig blijft natuurlijk.

 

 

Q

R

Rust of halftime

De scheidsrechter fluit de rust of halftime na 45 minuten spelen (+ blessuretijd). De spelers en scheidsrechters nemen 15 minuten pauze om daarna nog eens 45 minuten (+ blessuretijd) te voetballen.

 

 

S

Save

Als je in doel staat, dan is dat je belangrijkste taak. Je moet schoten van je tegenstander stoppen of 'saven', zodat ze niet scoren. Je mag de bal vastnemen met twee handen, wegboksen om hem te deviëren of met de hand uit de winkelhaak ranselen.

 

 

Schijnbeweging

Een technische beweging om je tegenstander te verwarren. Je doet alsof je een bepaalde actie of beweging maakt maar keert vervolgens terug op je stappen of zet je actie verder op een andere manier.

 

 

Schwalbe

Een theatrale val die een voetballer maakt om een strafschop te versieren. Je kan een gele kaart krijgen als de scheidsrechter een val als een schwalbe beschouwt. Je ging opzettelijk op zoek naar de fout zonder dat die er was. Schwalbe is een Duits woord en betekent letterlijk ‘zwaluw’. Het verwijst naar de duikvlucht van een vogel.

 

 

Sombrero

Een lobje over je tegenstander. Een technische beweging waarbij je de bal snel over de aanstormende tegenstander heen wipt.

 

 

Spits

Je staat in de punt van de aanval, het dichtst bij het doel van de tegenstander. Goaltjesdief, snelle loper op diepe ballen of targetman met een sterk kopspel, jouw eerste taak is om doelpunten te maken. Je krijgt doorgaans nummer 9 op je shirt en rekent op je technische skills, je vinnigheid en je flair om te scoren. Je kan ook een diepe spits of targetspits genoemd worden.

 

 

Stilstaande fase

Het gaat om een spelhervatting waarbij de bal stil ligt: vrije trap, corner, penalty. Je kan van stilstaande fases je specialiteit maken. Kijk op video hoe specialisten de bal spelen op een stilstaande fase en oefen, oefen, oefen.

 

 

Strafschoppenreeks

Eén van de meest wrede fases van een voetbalwedstrijd. Als de stand gelijk is op het einde van de reguliere speeltijd, dan krijgt elk team 5 strafschoppen. Blijft het gelijk na 5 penalty's per team, dan gaan we naar sudden death: het eerste team dat mist wanneer de andere scoort, verliest. Wreed, toch?

 

 

T

Tackle  

Dit is je belangrijkste wapen als verdediger. Tacklen doe je door over de grond te schuiven en de bal met je voet weg te spelen of te recupereren. Als verdedigende middenvelder ben je vaak voortdurend aan het tacklen. Let wel, nooit langs achter, altijd met één voet op de grond en steeds op de bal.

 

 

Terugtrekdribbel  

Zowel in straatvoetbal als op het veld is het heerlijk om je tegenstander te passeren met een terugtrekdribbel. Dat doe je door de bal met de zool van de voet naar je toe te trekken op het moment dat je tegenstander hem probeert af te nemen.

 

 

U

Uitverdedigen  

Het is de kunst om de bal rond te tikken in je verdediging en hem zo uit de gevarenzone te halen. Soms, onder druk van de tegenstander, kies je beter voor de gemakkelijke oplossing. Je trapt de bal dan hoog en ver weg, om hem geslaagd te ontzetten. Op die manier heb je de tijd om de verdediging weer te organiseren.

 

V

Verdedigende middenvelder  

Je bent, zeg maar, de verkenner van de verdediging, en je hebt zowel een goede tackle als een sublieme pass in je voeten. Je balcontrole is uitstekend en je moet zowel in duels op de grond als in de lucht je mannetje kunnen staan. Kortom, een complete voetballer!

 

Verdediger  

Je bent samen met de doelman verantwoordelijk om een tegendoelpunt te voorkomen, maar ook om een (tegen)aanval op te zetten. De verdediging of defensie is de linie van drie, vier en soms zelfs vijf verdedigers die samenwerken aan een solide achterhoede. Organisatie en teamwork is cruciaal.

Verlengingen  

In bepaalde competities en tornooien mag een wedstrijd niet op een gelijkspel eindigen. Is de score aan het einde van de reglementaire speeltijd nog altijd gelijk, dan volgen er twee verlengingen waar je alsnog kan proberen het verschil te maken.

Volley

Je trapt een volley wanneer je een bal in de vlucht neemt, zonder hem te controleren. Heeft de bal al een keertje gestuiterd, dan spreken we van een halve volley. Op die manier trap je heel snel en krachtig. Kadreren is dan wel een ander paar mouwen.

Voorzet

Je zet een bal voor (je 'centert') als je van op de flank een bal in de zestien (het strafschopgebied) gooit. Dat kan in de lucht of over de grond. Als flankspeler is dat een van je belangrijkste taken, naast het ontzetten van ballen in de verdediging.

Vrije trap

Als de verdedigers een fout maken buiten de grote rechthoek (het strafschopgebied), dan geven ze een vrije trap weg. Die vrijschop trap je vanaf de plek van de fout. Je mag hem meestal rechtstreeks op doel trappen, of soms krijg je een indirecte vrije trap en dan moet je dus eerst de bal passeren. Van je vrije trappen doelrijpe kansen maken is een heuse kunst in het voetbal. Wil je van jezelf een specialist maken op de vrije trap? Kijk naar video’s hoe de bekende balgoochelaars het doen en oefen, oefen, oefen.

W

Winger of vleugelspits

In een opstelling met meerdere aanvallers, moet je de hele breedte van het veld gebruiken. Als vleugelspits bezet je de zijkanten, hetzij om de bal voor te zetten, hetzij om naar binnen te knijpen en te schieten.

Winkelhaak of kruising

De winkelhaak of de krusing is de hoek die de doelpaal en de dwarslat vormen. Het is de lastigste plaats om te komen voor een doelman of -vrouw. Probeer er dus zeker naar te mikken bij een vrijschop of krachtige trap!

Wisselspeler

Een speler die niet in de 11-koppige basisopstelling staat. Hij neemt plaats op de bank langs de zijlijn en houdt zich klaar om in te vallen wanneer de coach hem nodig heeft.

X

Y

Z

Zidane-beweging

De 'Zidane' verwijst naar een ronddraaiende dribbelbeweging, het handelsmerk van de voormalige Franse voetballer Zinedine Zidane. Wie deze dribbel beheerst, mag zich gerust tot de echte balkunstenaars rekenen. Deze beweging maak je door met de bal aan de voet voorbij de verdediger te "draaien".

NAAR BOVEN