SPECIFIEKE KWALITEITEN VOOR ELKE POSITIE

Voor zaalvoetbal, ook wel futsal genoemd, moet je polyvalenter zijn dan voor veldvoetbal. Aan het begin van een wedstrijd neem je een positie in, maar gedurende het spel verandert die voortdurend. Tijdens de verschillende spelfases bewegen zaalvoetbalspelers voortdurend. Ze roteren en wisselen regelmatig om de tegenstander in moeilijkheden te brengen en de verdediging te ontwrichten.

number1

MENTALE ALERTHEID

Tijdens het zaalvoetballen doe je korte en intense inspanningen. Als speler moet je technisch, tactisch en psychologisch alert blijven want anders loop je het risico om de controle over het spel te verliezen. De voornaamste kwaliteit van een zaalvoetbalspeler, wat zijn positie ook is, bestaat erin om het spel te blijven volgen, ook al gaat hij fysiek ‘in het rood’. Tegelijkertijd is het belangrijk om het hoofd koel te houden en kalm en lucide te blijven. De spelers moeten onder druk presteren, geconcentreerd blijven en zich afschermen van externe elementen zoals het publiek, geluid,… Een moment van onoplettendheid wordt meteen afgestraft, wat bij veldvoetbal niet het geval is. Als een speler daar een fout maakt, is de kans groter dat die door een van zijn 10 medespelers wordt goedgemaakt.

ZAALVOETBAL: WAT MOET JE ALS DOELMAN KUNNEN?

Een goede keeper moet zijn doel afschermen door op de juiste manier te bewegen, één-tegen-een-situaties aan te kunnen en een numerieke minderheid goed in te schatten. Verder is het ook belangrijk dat hij zijn medespelers voldoende coacht en de verdedigers stuurt. Er bestaat geen ideaal fysiek profiel, maar een zaalvoetbalkeeper moet goede reflexen hebben, een uitstekende coördinatie, lenigheid en uithoudingsvermogen. Hij is een doorzetter die op ieder ogenblik geconcentreerd blijft en zijn emoties altijd beheerst.

DE EIGENSCHAPPEN VAN DE DIEPE SPITS

De diepe spits is de eerste verdediger en zorgt voor druk naar voren. Zijn acties bepalen of de ploeg hoog of laag verdedigt. Er bestaan twee soorten spitsen:

Het sluwe type: houdt zich schuil aan de tweede paal of in de rug van de verdedigers. Hij is een afwerker die heel nuttig is als je met lopende buitenspelers speelt (rechtsvoetige op rechts en linksvoetige op links). 

De targetman: speelt met de rug naar het doel en schermt de bal af. Hij kan snel draaien zonder de bal te verliezen. Het rendement van een targetman komt vooral tot uiting bij buitenspelers die ‘tegen hun voet spelen’ (rechtsvoetige op links en linksvoetige op rechts). Een targetman moet de verdedigers afblokken zodat de vleugelspelers op doel kunnen schieten.

DE VERDEDIGER

De verdedigers in het zaalvoetbal zijn doorgaans ervaren spelers die over een goed spelinzicht beschikken en kunnen anticiperen. Een verdediger heeft goede reflexen en niets mag aan zijn aandacht ontsnappen. Het slaagt er ook in om het spel snel op gang te brengen en in te schuiven. Verdedigers moeten fysiek in orde zijn om de inspanningen aan te kunnen en altijd bij de les te blijven.

DE VLEUGELSPELER

Vleugelspelers zijn actieve en flitsende spelers die zich snel kunnen verplaatsen en doeltreffend zijn in hun acties. Een vleugelspeler moet zowel kunnen aanvallen als verdedigen en met zijn dribbels de verdedigers van de tegenpartij kunnen uitschakelen. Tot slot moet hij ook het doel weten staan.

NAAR BOVEN